Aftrek van de winst voor de thuiswerker

Steeds meer mensen gaan vanuit huis werken. Doet u dit ook, hoe zit het dan met de aftrek van de kosten ten laste van de winst?

Thuis werken populair

Dat thuis werken populair is, blijkt uit gegevens van het CBS. In 2017 werkten ruim drie miljoen Nederlanders in min of meerdere mate thuis. Dat is bijna 37% van alle werkenden. In 2013 was dat nog ruim 34%. Bij de vrouwen wordt vooral thuisgewerkt in creatieve en taalkundige beroepen. Bij de mannen is de groep ICT’ers het grootst.

Woning ondernemingsvermogen?

De kosten van uw werkruimte kunt u meestal niet ten laste van de winst brengen. Dit kan wel als u uw woning als ondernemingsvermogen aanmerkt.
U moet de woning dan in principe meer dan 10% zakelijk gebruiken.
 
Woning geen ondernemingsvermogen?


Rekent u uw woning niet tot het ondernemingsvermogen of huurt u een woning, dan kunt u de kosten van uw werkruimte alleen ten laste van de winst brengen als dit een ‘zelfstandige’ werkruimte is. Dit deel van de woning moet dan over een eigen ingang en sanitair beschikken, zodat verhuren aan een willekeurige derde ook mogelijk zou zijn.
 
Extra eis

Is uw werkruimte uw enige werkruimte, dan moet u uw inkomen voor ten minste 30% in de ruimte en voor ten minste 70% in of vanuit de ruimte verdienen. Heeft u nog een andere werkruimte, bijvoorbeeld een kantoor, dan moet u uw inkomen voor ten minste 70% in de ruimte verdienen.
 
Hoeveel aftrek?

Voldoet u aan deze eisen, dan kunt u bij een eigen woning het voordeel dat u ten aanzien van de werkruimte in box 3 moet aangeven in aftrek brengen op de winst. Bij een huurwoning mag u een evenredig deel van de huur aftrekken. Daarnaast mag u in beide gevallen ook de kosten die normaal gesproken voor rekening van een huurder zouden komen, in aftrek brengen.
 
Ook inrichting niet?

Voldoet uw werkruimte niet aan de genoemde voorwaarden, dan mag u ook de kosten van de inrichting en van de energie niet in aftrek brengen. Hierover kunt u echter wel de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek claimen.
 
Wel aftrek computer, printer en dergelijke

De kosten van zakelijke computerapparatuur en dergelijke behoren niet tot de inrichting en mag u dus wel in aftrek brengen. Ook de daarmee verband houdende energiekosten zijn aftrekbaar.

WKR: vrije ruimte voldoende, maar teveel administratie

Via de werkkostenregeling (WKR) zijn onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan het personeel mogelijk. De regeling is sinds 2015 verplicht en onlangs geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie heeft het Kabinet een aantal standpunten inzake de WKR bekend gemaakt.

Vrije ruimte voldoende

Een werkgever mag 1,2% van de totale loonsom besteden aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Boven deze grens moet over het meerdere 80% eindheffing worden betaald.
In de praktijk blijkt slechts 3% tot 4% van de werkgevers, met name grotere, ook daadwerkelijk eindheffing verschuldigd te zijn. Het kabinet vindt de huidige vrije ruimte van 1,2% dan ook voldoende.

Oorzaken overschrijding

Wanneer de vrije ruimte toch wordt overschreden, blijkt dit veelal veroorzaakt te worden door personeelsfeesten en bedrijfsjubilea.

Tip: U kunt dit voorkomen door deze festiviteiten op de werkplek te organiseren.
Er geldt dan een nihilwaardering, ofwel de festiviteit is onbelast en gaat niet ten koste van de vrije ruimte.

Meer administratieve lasten

De WKR heeft tot nu toe nauwelijks tot minder maar eerder tot meer administratieve lasten geleid. Om dit te verbeteren zal worden geregeld dat vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, niet langer hoeven te worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel.

Dat moet nu wel en leidt tot overbodige administratieve lasten.

Verstrekkingen op de werkplek

Er bestaat momenteel een verschil in fiscale behandeling van verstrekkingen op de werkplek en verstrekkingen daarbuiten. De staatssecretaris gaat in overleg met het bedrijfsleven om te kijken naar een oplossing voor dit knelpunt.

Maaltijden

Bekeken wordt ook of het voordeel van verstrekte maaltijden via een steekproef kan worden vastgesteld. Ook dit zou aanzienlijk minder administratie betekenen.

Normrente

Voor personeelsleningen wordt overwogen weer een normrente in te voeren, zodat de werkgever niet hoeft uit te gaan van een marktrente.

Belangrijke fiscale punten uit het regeerakkoord

Inkomstenbelasting krijgt twee schijven van 36,93% en 49,5%
Uit het regeerakkoord blijkt dat het belastingstelsel flink hervormd gaat worden. Voor de inkomstenbelasting gaat een tarief van 36,93% gelden voor inkomens tot € 68.000, daarboven gaan belastingplichtigen een tarief van 49,5% betalen. Werken moet hierdoor meer gaan lonen.

Hypotheekrenteaftrek gaat veel sneller omlaag

De hypotheekrenteaftrek zal vanaf 2020 versneld verlaagd worden. Het tarief waartegen een huizenbezitter zijn hypotheekrente mag aftrekken zal in vier jaar met stappen van 3% worden teruggebracht. Om  de verlaging van de hypotheekrenteaftrek te compenseren, zal het eigenwoningforfait ook omlaag gaan. Dit forfait wordt 0,15% lager. Hierdoor zal voor de meeste huiseigenaren het eigenwoningforfait uitkomen op 0,60% van de WOZ-waarde, waar dit nu dus nog 0,75% is.

Lage BTW gaat omhoog van 6% naar 9%

Het nieuwe kabinet wil in 2019 het lage BTW-tarief verhogen van 6% naar 9%. De opbrengst van deze BTW-verhoging is nodig ter dekking van de verlaging van de belastingen op inkomen. Het lage BTW-tarief  van 6% geldt onder andere voor voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen , kunst en boeken.

Zelfstandigenaftrek gaat flink wijzigen
Ondernemers voor de inkomstenbelasting, die voldoen aan het urencriterium, komen in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek. In het regeerakkoord is aangegeven dat de zelfstandigenaftrek gaat wijzigen.

In het regeerakkoord staat dat de overheid aftrekposten, waaronder de zelfstandigenaftrek, vanaf 2020 gaat verlagen naar het basistarief. Als ondernemers voor de inkomstenbelasting voldoen aan het urencriterium kunnen zij in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek. Dit urencriterium houdt in dat een ondernemer tenminste 1.225 uur per jaar besteedt aan de onderneming als aan het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd nog niet is bereikt.

Voldoet een ondernemer aan het urencriterium, dan mag hij voor de zelfstandigenaftrek een bedrag van € 7.280 (2017) in mindering brengen op de winst. Als de pensioengerechtigde leeftijd wel is bereikt, mag een ondernemer maar 50% van het bedrag van de zelfstandigenaftrek in mindering brengen. Het bedrag van € 7.280 (2017) zal de komende jaren dus omlaag gaan.

Overige belangrijke punten
Vrijstelling in box 3 naar € 30.000, in het regeerakkoord staat opgenomen dat het bedrag in box 3 waarover belastingplichtigen geen inkomstenbelasting hoeven te betalen, verhoogd wordt van € 25.000 naar € 30.000.
Mes in tarieven vennootschapsbelasting, het nieuwe kabinet verlaagt de tarieven in de vennootschapsbelasting (VPB) de komende jaren met vier procentpunt.
Box 2-tarief op aanmerkelijk belang flink omhoog, Nederlanders met een aanmerkelijk belang in een vennootschap gaan de komende jaren flink meer belasting betalen in box 2. In de plannen van het nieuwe kabinet klimt het tarief van de huidige 25% naar 28,5% in 2021.

Geen verhoging AOW-leeftijd in 2023

3 november 2017. De AOW-leeftijd gaat in 2023 niet verder omhoog. Dit kan men concluderen uit de jongste prognoses van de levensverwachting op 65-jarige leeftijd van CBS. CBS verwacht in 2023 een levensverwachting op 65-jarige leeftijd van 20,5 jaar. Bij de prognose van vorig jaar werd voor 2023 nog uitgegaan van een resterende levensverwachting van 20,7 jaar. De resterende levensverwachting in 2023 valt nu zelfs iets lager uit dan de resterende levensverwachting in 2022 volgens de prognose van 2016.

De levensverwachting in 2023 valt in de nieuwste prognose lager uit dan in de prognose van 2016 doordat de nieuwe prognose gebaseerd is op recentere sterftecijfers dan de prognose van 2016. In de laatste vier maanden van 2016 en de eerste acht maanden van 2017 stierven meer mensen dan in de oudere prognose was verwacht. Dergelijke fluctuaties in de feitelijke sterfte zorgen ieder jaar voor kleine schommelingen in de levensverwachting.
Tot en met 2021 gaat de AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog. Daarna wordt de verhoging van de AOW-leeftijd bepaald aan de hand van de levensverwachting in een bepaald jaar. Die verhoging wordt vijf jaar van te voren vastgesteld aan de hand van de prognoses van CBS en een formule die in de Wet AOW is opgenomen. De prognose voor de resterende levensverwachting in 2023 leidt ertoe dat in dat jaar de AAO-leeftijd niet zal worden verhoogd. Overigens zou ook met de prognose van vorig jaar de AOW-leeftijd in 2023 niet omhoog gaan. Op grond van een toen gepubliceerde prognose van de resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in de komende decennia zou de AOW-leeftijd tot 2040 om het jaar stijgen tot uiteindelijk 69,5 jaar in 2040.
Bron: CBS 3-22-2017

Maximum transitievergoeding per 1 januari 2018

Met ingang van 1 januari 2018 bedraagt de maximum transitievergoeding € 79.000.

De hoogte van de maximum transitievergoeding wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de geraamde ontwikkeling van de contractlonen volgens de Macro-Economische Verkenningen, waarbij de verhoging wordt afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000. Voor volgend jaar is de ontwikkeling van de contractlonen door het CPB geraamd op 2,2%. Verhoging van het huidige maximum van € 78.000 met 2,2% zou dan resulteren in een bedrag van € 78.694. Afgerond op het naaste veelvoud van duizend levert dat een bedrag op van € 79.000.
Bij de inwerkingtreding van de WWZ per 1 juli 2015 bedroeg de maximum transitievergoeding € 75.000. Sindsdien is dit bedrag jaarlijks met € 1.000 verhoogd.
Bron: Stcrt 2017, 56938